Een actieve aanpak werkt

Interview met Gerrit van Oorschot van Verdihuis Oss

Verdihuis

Stichting Maatschappelijke Opvang Verdihuis zet zich in voor kwetsbare volwassenen, jongeren en gezinnen die de grip op hun leven kwijt zijn, met al dan niet tijdelijke dakloosheid tot gevolg. Men biedt opvang en woonbegeleiding in de eigen omgeving of in één van de eigen woningen.

Het Verdihuis in Oss voert een actief beleid om armoede en schuld bij zijn cliënten aan te pakken. Gerrit van Oorschot, coördinator extramurale zorg- en dienstverlening, kent de problematiek: “Armoede hangt vaak samen met net niet slim genoeg zijn, psychiatrie of verslaving. Vaak komt het probleem veel te laat in beeld en wordt dus veel te laat aangepakt. Het is onbegrijpelijk dat we het zo ver laten komen voor kwetsbare mensen!”

Hoe ziet de schuldenproblematiek van jullie cliënten eruit?
“We zien hier mensen met grote schulden, maar ook mensen met kleine schulden die toch hier terecht komen. Vaak zien we overeenkomstige achtergronden: een zwakke sociale omgeving, slechte jeugd, soms psychiatrische stoornissen en verslaving. Veelal is er van huis uit al sprake van armoede. Mensen hadden dus al een slechte start met weinig perspectief. Vaak zijn ze teleurgesteld in de hulpverlening en bestaan er problemen op veel gebieden tegelijkertijd.”  

Hoe ziet jullie aanpak eruit?
“Met het oog op die multiproblematiek kiezen wij voor een brede aanpak. Een actieve aanpak werkt, dat is het devies van het Verdihuis. Erop af gaan, dingen samen doen met andere organisaties – en natuurlijk met de cliënt. Bel na als mensen niet komen opdagen, zit er bovenop. Oss is een grote regio: dat betekent dat er voldoende middelen en uren moeten zijn. Er zijn zeven financieel dienstverleners fulltime actief in deze regio. Zij helpen 180 cliënten extramuraal. Daarnaast is er een fulltime medewerker intramuraal actief. De gemeenten werken mee, dat is enorm belangrijk. Zo worden de Wmo-beschikkingen vlot afgegeven en kan men dus snel aan de slag met een traject.” 

En dat werkt?
“Jazeker. Het meteen starten van een traject bij binnenkomst of een eerste ontmoeting, geeft vertrouwen. Mensen zien dat er wat gebeurt: binnen een week worden machtigingen geregeld en er wordt zo snel mogelijk een budgetplan gemaakt. De professionals van financiële dienstverlening gaan ook op huisbezoek. Zo wordt er gewerkt aan een vertrouwensrelatie.

“Het beheer van financiën doet het Verdihuis intern. Daarvoor hebben we een budgetcoach, die samenwerkt met de persoonlijk begeleider, de agogisch werker. Afspraken met de cliënten zijn strak, mensen worden als volwassenen aangesproken. Die strakke aanpak volgen we vooral in de eerste fase van het traject. Je hebt dan immers overzicht nodig, een goed plan, zaken moeten in gang worden gezet.”

‘Om mensen te kunnen helpen moet je ook buiten de kaders durven kijken en werken’

Hoe lang duurt zo’n traject?
“Doorgaans duurt het een jaar, soms langer. Na een halfjaar is duidelijk of het gaat lukken en of het plan succesvol is. Als het goed is, is er dan ook grip op de financiële situatie en wordt een bewindvoerder geregeld. Vroeger leverde het Verdihuis die zelf, maar dat mag niet meer. Nu werkt onze afdeling financiële dienstverlening prima samen met een aantal vaste bewindvoerders.”

De samenwerking gaat dus goed?
“De financiële dienstverlening van het Verdihuis functioneert goed en werkt goed samen. Met bewindvoerders, maar bijvoorbeeld ook met de afdeling werk en inkomen van de gemeente(n). Zo voert men daar voor deze groep een minder streng beleid bij no show, en dat helpt enorm. De Wmo heeft hierin ook wel verbetering gebracht. De financiële dienstverleners zijn van oorsprong maatschappelijk werkers. Daardoor hebben ze veel kennis van andere probleemgebieden. Dat is een groot voordeel. En sociale wijkteams verwijzen nu meer door dan een jaar terug, waarschijnlijk door meer bekendheid met wat wij doen. Dat werkt steeds beter in deze regio.” 

Wat zijn belangrijke aandachtspunten?
“Het financieel stabiel krijgen van de mensen is de uitdaging. We voeren veel overleg met de gemeenten, waarbij het kweken van begrip centraal staat. Soms komt hierbij de grens van privacy in zicht, maar nood breekt wet. En om mensen te kunnen helpen moet je ook buiten de kaders durven kijken en werken. Dat betekent ook dat je bruggen moet bouwen. “Preventie blijft natuurlijk enorm belangrijk. Corporaties spelen hierin een belangrijke rol. Dit gaat redelijk goed, hoewel wel er natuurlijk wel verschillende ervaringen met corporaties zijn. Maar in een aantal gevallen is de signaleringsfunctie stevig neergezet en wordt het Verdihuis zelfs ingehuurd om huurders met problemen te begeleiden. Zo kan huisuitzetting voorkomen worden. En tot slot moet je nazorg bieden. Dat betekent ook blijven signaleren om te voorkomen dat mensen weer in het zelfde gedrag vervallen.”

Een langere ondertitel